Thursday, 10 May 2012

Wie is die harde vrouw die me in de spiegel aankijkt?

Er zijn momenten dat ik mezelf leuk vind, mezelf mag, ja ik durf zelfs bijna te zeggen, dat ik van mezelf leer te houden, maar deze dagen ben ik erachter gekomen, dat ik helemaal niet zo aan het groeien ben, innerlijk, dan ik gehoopt had dat ik zou doen. Hoezo vraag je je misschien af? 


De afgelopen jaren heb ik in mijn persoonlijke leven behoorlijk wat voor de kiezen gekregen. Ik werd, denk ik, op de proef gesteld of ik het leven, mijn leven, aankon. Na heel wat downs, kwam er een klein up-je en krabbelde ik steeds weer op. Om weer in een neerwaartse spiraal terecht te geraken. Het leven na mijn scheiding was moeilijk, staat er 2 jaar voor om dat te verwerken, ik had er duidelijk meer voor nodig. Dan erbij: Ik had inmiddels een nieuwe relatie maar mijn Lief bleek een aan autisme verwante contactstoornis te hebben. Ai, dat was zwaar, hard, moeilijk. De downs werden diepe putten waar ik in dreigde te verdrinken. Mede doordat mijn Lief het zo moeilijk had zich aan te passen aan het gezinsleven met 2 pubers na altijd alleen gewoond te hebben. Aan passen, een man met Pdd-nos.. ha daar sla je de spijker op zijn kop. Dat bleek helemaal niet te kunnen dus! Achteraf eigenlijk nog knap dat het uiteindelijk na heel veel werk en veel moeite alsnog gelukt is. En dat is het m nou! Dat vele werk en die vele moeite, kwamen vooral van mij, oké, hij heeft ook het nodige daaraan moeten doen natuurlijk maar ik heb veel water bij de wijn moeten doen, heel sterk moeten zijn om hem te helpen de onzekere man die hij was, achter zich te laten, hem te laten zien dat hij wél een zelfverzekerde man kon zijn, wel een lieve man was en zeker de moeite waard was. Hij had en heeft heel snel zijn emoties klaar en als je dan niet sterk in je schoenen staat, of ook nog eens in een moeilijke tijd zonder baan komt te staan moest ik als zijn vriendin sterk blijven, oppeppen, helpen. Hulpverlening liet ons in de steek, of moet ik zeggen: liet hem in de steek. En als ik heel eerlijk ben, ook familie, zijn familie. Met uitzondering van zijn zus, zwager en moeder. Hij kon mails krijgen vol verwijten, dat hij ooit een familiemens was en nu niet meer. Natuurlijk voelde vooral ik me aangevallen. Hij woonde nu toch immers hier? Met feestdagen viel mijn naam toch van de enveloppe af? Geen enkele tante wist mijn naam na al die jaren. Het aloude eenrichtingsverkeer zoals zoveel mensen dat wel kennen. Lief rende iedereen af toen hij nog alleen was, maar had nu een gezin, en al was dat een samengesteld gezin, het was wel zijn gezin. 


Ondanks af en toe opstart-problemen wat iedere relatie wel kent is het ons gelukt. Ik heb zo gevochten voor hem, voor ons, voor rust in het gezin, in mijn leven. in ons leven. En nu die rust er eindelijk is, dreigt er onrust. Lief's moeder is ziek, ligt met een hersenvliesontsteking in het ziekenhuis. Erg genoeg natuurlijk, Lief maakt zich ook zorgen. Maar nu weten ze hem wel te vinden, de tantes of anderen. Ze bellen, informeren uiteraard naar zijn moeder maar dan... Dan vragen ze hoe het met hem gaat en hoe het met de kinderen gaat, wat ze nu doen. En dan zet ik mijn stekels op. Daar trek ik mijn grens. In het verleden is Lief heel vaak over mijn grenzen heen gegaan, en in de liefde pik je veel, zeker omdat je weet dat hij er niets aan kan doen, hij heeft nu eenmaal..., vergoelijk je... Maar nu, het zijn mijn kinderen, bijt ik hem toe, het is mijn gezin waar ze jarenlang niks van wilden weten. Nooit is er iemand maar hier geweest, of wisten ze mijn naam. En nu willen ze weten hoe het gaat. Beteuterd kijkt Lief mij aan. En ik ben een kreng, ik bitch, ik ben boos, ik zie mijn rust verdwijnen, mijn kalme vaarwater wordt weer een woelige kolkende rivier die ik niet kan bedwingen en waar ik geen controle over heb. En ik trek weer die muur op die ik voorzichtig aan het afbreken was, die in al die jaren opgebouwd was, om niet gekwetst te hoeven worden. Niet meer, niet meer door hem, niet weer. En toch, toch weet ik dat dit niet kan. Ik vind mezelf niet aardig meer. Dit kan niet, hij is blij aan de ene kant, maar aan de andere kant bezorgd over zijn moeder. Maar ik weet dat als alles voorbij is, en ze is beter en weer thuis, dat ik de brokstukken weer op kan rapen en Lief weer bij elkaar kan vegen van ellende. Want dan hoort en ziet hij weer niemand meer. Want dan moet ik het weer oplossen, zoals ik dat al jaren doe, alleen. 


Ondertussen bouw ik verder aan mijn muur. Wetende dat het niet goed is wat ik doe. Maar ik kan niet anders. Vergeef het me, schoonfamilie en Lief. 

© KH


6 comments:

klaproos said...

tja die muur is wel herkenbaar,
dat voelt zo veilig, maar in de liefde vang je veel klappen op, en deel je er ook uit weet ik,
...

laat j emuur niet té hoog worden hé,

dikke knuffel.
xxx

Kati said...

Dank je wel lieve Roosje!
Knuffel terug

xxx

Daan (Dan) said...

buigen als bamboe, schijnt beter te werken dan een stramme, harde eik te zijn... Maar ja, wat weet ik daar nou van...

wat ben jij toch boos steeds... misschien mag je die eens los gaan laten, anders wordt je inderdaad een harde bikkel...

liefde, lieverd, liefde en vergeven... (haal dat boek van Louise Hay eens uit de bieb, misschien kan zij het beter uitleggen dan ik...)

xxx

Daan (Dan) said...

oh nee, Brandon Bays
http://www.thejourney.com/
sorry...

Kati said...

Tja, als je dat moet vragen Daan, heb je me niet begrepen..waarom ik boos ben steeds.

Daan (Dan) said...

zie je mailbox...