Tuesday, 24 April 2012

Met open ogen



Met open ogen lag ik op het gras tussen de struiken. Een licht briesje speelde met mijn haren deed ze voor mijn gezicht waaien. Ik voelde hoe de wind mijn naakte borsten beroerde en mijn tepels rechtop deed staan. Ik kon me niet verroeren. Ik was er niet meer. Voelde mijn lichaam niet. Als mijn tepels niet tot leven waren gekomen had ik zeker gedacht dat ik dood was geweest. Mijn tepels zeiden duidelijk wat anders. Ik probeerde mijn levenloze vingers te bewegen. Met mijn ogen te knipperen. Aan mijn wimpers kleefde geronnen bloed. Ik rook de geur ervan. Pijn schoot door mijn schedeldak bij elke beweging, al was dat in dit geval het simpele knipperen van mijn oogleden. Er klonk geen enkel geluid, zelfs de vogels zwegen in alle talen. Vogel talen dan. Ik pijnigde mijn gedachten hoe ik hier terecht gekomen was en wat er gebeurd was, maar ik kwam er niet op. Ik lag half naakt, voor zover ik zien en voelen kon, in het gras. Waarschijnlijk in een bos. Ik kon mijn hoofd niet draaien maar van dat bos kon ik ruiken. Ik rook behalve bloed ook dennennaalden. Boven mijn hoofd zag ik een klein stukje blauwe lucht, verder veel groene bladeren, takken en een jas?

Van wie was die jas? Mijn jas? Het was een groene jas, vrij groot ook. Leek me niet mijn jas. Ik probeerde nogmaals mijn hoofd te draaien maar kreeg het niet voor elkaar. Ik kon me niet verroeren. Mijn hele lijf leek verdoofd, verlamd. Ik kon alleen maar recht omhoog kijken. Naar de lucht en de takken. En luisteren. Langzaam maar zeker raakte ik in paniek. Wat als ik hier bleef liggen en niemand vond mij, of erger nog, degene die mij hier had laten liggen vond mij! Voor de paniek zich helemaal meester van mij kon maken, probeerde ik mezelf tot kalmte te manen. Rustig ademhalen. En vooral te luisteren. Luisteren naar de geluiden om je heen. Heel in de verte hoorde ik een koekoek. Afgewisseld door het hameren van een specht. Die geluiden maakten me wat rustiger. Ik probeerde wat meer te concentreren op mijn ademhaling. Het enige waar ik nog enig invloed op had tenslotte. Daarna ging ik mijn lichaam na. Wat zou nog eventueel werken en wat echt niet?

Ik begon bij mijn tenen. Concentreerde hard of ik er beweging in kon krijgen. Probeerde mijn grote teen te laten wiebelen. Ik voelde de zweetdruppels parelen op mijn voorhoofd. Mooi, dat voelde ik dus wel. Kon ik beter bij mijn hoofd beginnen dus. Ik voelde de pijn onder mijn schedel. Of iemand mij een enorme klap op mijn kop gegeven had. Ik voelde het trekken bij mijn wenkbrauw en rook de geur van het geronnen bloed en concludeerde dat daar een snee moest zitten die hevig gebloed had want bij mijn wimpers zat bloed. Als ik omhoog keek kon ik nog net een stukje daarvan zien. Oké, dan wist ik dat alvast. Mijn gehoor was nog goed, kon tot erg ver weg horen. Ik had nog haar, dat door de wind over mijn gezicht waaide, niet onbelangrijk. Ik keek omhoog en nieste. Dat deed zeer. Maar ook dat werkte dus nog. Ik smakte met mijn lippen en stak mijn tong uit mijn mond. Met mijn tong bevoelde ik al mijn tanden. Die had ik ook allemaal nog. Gelukkig. Hoofd: Check.
Maar hoofd omhoog doen om te kijken waar ik was of wat er nog van me over was, dat ging weer niet. Verdomme!
Ik haalde diep adem en probeerde het nog eens. Niks. Niet pijnlijk of zo, gewoon niks.
Ik zuchtte en ging verder met de rest van mijn lichaam. Mijn schouders, ik voelde dat ze op de grond drukten maar ook als de rest, ze bewogen niet. Dan mijn armen. Ze lagen daar maar. Doe iets! Niks. Vingers, bewogen niet. Geen beweging in te krijgen. Ik bedacht me hoe raar het was dat mijn mond, lippen en tong wel bewogen maar de rest niet.
Mijn buik ging op en neer van de ademhaling maar verder, niks. Mijn tepels hadden nog gevoel, ik voelde de bries erover heen waaien en ze rechtop gaan staan, maar dat was het dan ook wel van mijn bovenlichaam. Mijn onderlichaam. Ik kon niet omhoog om te kijken maar ik voelde ook niet of die ook ontkleed was. Had daar verder helemaal geen gevoel meer in. Ik zuchtte weer eens en keek maar weer omhoog. Daar lag ik dan. God weet hoe lang al en God weet hoe lang nog.

Opeens hoorde ik stemmen. Harde stemmen, mannenstemmen. Ruziënde stemmen. Daar was weer de paniek. Wat moest ik nu? Proberen of mijn stem het deed (en waarom had ik dat net niet gedaan bij het checken?) of juist niet? Wat als zij er verantwoordelijk voor waren dat ik hier lag en waarom herinnerde ik me niks?
De stemmen kwamen steeds dichter- en dichterbij. Ik kon hier toch ook niet blijven liggen? Kon wel ik weet niet hoe lang hier blijven liggen dan, als iemand me al zou missen.
Ineens hoorde ik geritsel en gehijg. Mijn hart bonkte in mijn keel. Ik wilde gillen, schreeuwen maar ik kon niks.
Het gehijg werd luider en luider en ineens voelde ik dat mijn oor nat werd. Er likte iets aan mijn oor. Een luide blaf maakte me even doof. Een hond. Er stond een hond naast me in mijn oor te lebberen. Ik draaide met mijn ogen naar hem toe maar meteen rende hij er blaffend vandoor. Nee! Niet weglopen! Kom terug! Ik wilde het roepen maar er kwam geen enkel geluid uit mijn keel. De mannenstemmen verstomden en het geblaf hield aan. Daarna hoorde ik gekraak van takken en voetstappen op de droge takken en gevloek. Doodsbang werd ik maar alles leek me beter dan hier alleen te blijven liggen. Wat als het donker werd? En ik helemaal alleen achter bleef?

'Godallemachtig!' Hoorde ik ineens een van de mannen boven mijn hoofd zeggen. Ik keek omhoog en probeerde te glimlachen en 'hoi' te zeggen, maar wederom kwam er niks uit mijn stomme strot. In gedachte haalde ik mijn schouders op, wetende dat ik dat toch niet kon. De tweede man kwam tevoorschijn. 'Jezus!', stootte hij uit. Allebei bleven ze boven mij staan kijken. Ja hallo, ik ben geen kermisattractie! Staan een beetje te kijken naar een (half) blote vrouw. Hoe is het? De hond kwam weer naar mij toe en begon me weer te likken. 'Af! Niet doen!', bestrafte man 1 hem.
'We moeten de politie bellen', zei de ander. Ik zag man 1 knikken en zijn gsm uit zijn zak pakken. Hij boog zich voorover en legde zijn vinger in mijn nek. Hee! Wat doe je! Blijf af! 'Ik voel niks', hij schudde zijn hoofd. Toen pakte hij mijn pols. Hee mijn pols! En legde twee vingers op mijn slagader. Jemig, wat een bloed op mijn pols zeg! Hoe kwam dat daar?
De man schudde zijn hoofd weer. 'Nee, hartstikke dood, wie dat gedaan heeft mogen ze van mij de doodstraf geven, arm ding'. 'Blijf er verder maar van af dan, dat moet de politie maar regelen, dit is een plaats delict'. Man 1 knikte en tikte een of ander nummer op zijn gsm in en begon te praten maar dat hoorde ik al niet meer.
Plaats delict? Dood? Waar heeft hij het over? Dood? Ik? Maar zien ze dan niet dat ik nu mijn tong naar ze uitsteek! Hallo! Ik ben niet dood hoor! Of wel? Nee joh! Maar al dat bloed dan? En die mannen? Die schrokken wel heel erg.

Ik merkte dat ik langzaam begon weg te zakken. Nee, nee, dat niet. De mannen werden wazig en de hond keek me kwispelend aan en begon te vervagen. Hond! Jij ziet me toch? Ver weg hoorde ik sirenes loeien en de mannen draaiden zich om en gingen met hun rug naar me toe zitten om me niet te hoeven zien. Zag ik er zo erg uit dan? Ik zakte verder en verder weg. Ik zag alleen nog een agent met een ambulancebroeder aankomen. 'Mijn God!', zeiden ze. En: 'Afschuwelijk'.
Ze onderzochten me en concludeerden hetzelfde als de mannen: 'Dood, al zo'n 24 uur vermoed ik', zei de rechercheur. 'Maar wat een afgrijselijke manier om te gaan'. Wat zeiden ze toch allemaal? De hond keek me kwispelend aan en gaf me een lik over mijn wang. Ik glimlachte naar hem. Hoorde nog de koekoek en de specht. Ik was zo moe en had zo'n hoofdpijn. Ik besloot even mijn ogen dicht te doen en te gaan slapen. Zij zouden me wel redden en dan kwam alles weer goed. 'We sluiten haar ogen en nemen haar mee', zei de rechercheur. Verder forensisch onderzoek zal wel uitwijzen naar wat er hier gebeurd is en de patholoog anatoom zal de exacte doodsoorzaak vaststellen maar wat zal zij geleden hebben.
Neem haar maar mee naar het lab.'

© KH




(dit verhaal verscheen eerder op mijn vorige blog, Kati's weblog in juli 2010)

5 comments:

Ursula said...

Lieve Kati,

Ik wil meer, meer lezen van dit verhaal, je nam mij gelijk mee en nu wil ik weten hoe, wat, wie, watsgebeurd daar in het bos...

Mijn heb je en Lee zegt hetzelfde
Liefs, X

Kati said...

Dank je wel lieve Urs (en Lee) Lief van jullie! xxx

AnkeLa said...

Kati, wanneer komt deel twee?

knuf.... AnkeLa

Kati said...

AnkeLa, Lief dat je reageert! :-)
Ik schrijf meestal geen vervolgen. Ik hou van een open einde. Gek genoeg niet als ik een film zie of een boek lees, maar wel als ik het zelf schrijf! Raar eigenlijk wel he! ;-)

Daan (Dan) said...

iew...