Thursday, 26 April 2012

De puinhopen van haar leven

Daar zat ze dan. In een leeg huis met lege kamers. De laatste lege holle voetstappen stierven net weg terwijl zij bij de laatste puinhopen van wat eens haar leven was, was gaan zitten. Ze keek met lege holle ogen naar een hoopje kleding die achtergebleven was. Een omver geschopt tafeltje waar de trouwfoto gestaan had lag nu op zijn kant op de grond. Ze zat op de rand van het bed en overzag de gigantische berg zooi die hij had achtergelaten. Het licht in de badkamer brandde nog en ze zag hoe het daar, zo mogelijk, een nog grotere puinhoop was. Even voelde ze een golf van paniek over zich heen komen. En nu?

Ze wist niet hoe lang ze daar gezeten had maar toen ze opkeek was het al donker buiten. Het enige licht kwam van de lamp van de badkamer. Ze slaakte een diepe zucht en voelde dat het lege holle gevoel in haar over gegaan was in een ander gevoel. Opluchting? Blijdschap? Of was het voor dat laatste nog te vroeg? Trek had ze ook. Ze keek als uit gewoonte op het nachtkastje naast het bed. Maar de wekker was ook al weg. Ze slaakte nog een diepe zucht en stond langzaam op. Met haar voet veegde ze de kleding bijeen en schopte ze zo de kast weer in. Dat zocht ze later wel uit. Ze zette het tafeltje recht op en keek naar de fotolijst die kapot gevallen was. Onwillekeurig schoot ze in een hysterische lach. Zelfs die foto had hij meegenomen. Ze liep naar de gang kast, pakte de stofzuiger en zoog het kapotte glas van de fotolijst op. Daarna liep ze naar de badkamer, keek naar binnen, sloot zuchtend kastjes, laatjes en veegde de wastafel schoon en trok de wc door. In ieder geval was dit de laatste keer dat ze achter zijn kont op hoefde te ruimen, bedacht ze. Ze liep naar beneden. Jassen onderaan de kapstok, sjaals, handschoenen, schoenen puilend uit het schoenenkastje. Ze ruimde en stopte alles weg. Ze liep de keuken in en keek op de keukenklok. Half 8 al. Geen wonder dat haar maag zo protesteerde. Snel maakte ze een paar boterhammen. Het moest maar voldoende zijn voor vandaag. Ze schonk een glas melk in, zette alles op een dienblad en liep naar de woonkamer. In de deuropening bleef ze even staan toen ze ook daar een enorme puinhoop aan trof. Ze trok haar schouders recht, besloot de troep te negeren en schoof een en ander opzij op de bank en ging zitten. Ze zette de televisie aan en at haar boterhammen.

Ze werd wakker van een hard geluid. Ze voelde naast zich maar vond alleen maar een lege plek. Ineens wist ze weer dat hij weg was. Ze kwam moeizaam overeind en keek naar waar eerst een wekker gestaan had. Die stond er niet meer. Ze pakte haar horloge. Negen uur. Ze veegde met de rug van haar hand haar natte wang af. Hij vond het altijd walgelijk dat zij kwijlde in haar slaap, maar zij mopperde toch ook niet over zijn gesnurk? Ze woelde door haar verwarde haren en pakte haar ochtendjas. Ze deed haar pantoffels aan en stond met tegenzin op van het bed. Voorzichtig opende ze de gordijnen en keek naar buiten. De vuilniswagen was net bezig de inhoud van haar container leeg te kiepen. Dat zal dat harde geluid geweest zijn, dacht ze. Ze keek naar de lucht. Dreigende grijze wolkenluchten en de regen spatte tegen de ramen. Het weer paste zich wel aan haar humeur aan zeg. Even dreigde ook het lege holle gevoel terug te komen. Ze slofte naar de badkamer en keek in de spiegel. Ze herkende zichzelf bijna niet. Holle ogen keken terug naar een grauw gezicht met verward haar. Ze haalde haar schouders op, wat kon haar het ook allemaal schelen. Ze opende het medicijnkastje en zag daar de immense troep die achtergelaten was. Ze vulde een beker water en nam een aspirientje. Haar hoofd leek uit elkaar te barsten. Ze slofte de gang door, de trap af en nam onderweg naar de keuken de krant van de mat mee. Ze vulde de fluitketel met water en zette die op het vuur. Ze zakte neer aan de keukentafel en geeuwde. Het leek wel of ze niet wakker kon worden. Haar hoofd leek wel van beton! Ze voelde zich zo vreselijk versuft. Weer wreef ze zich door haar haren en haar gezicht om te proberen wat wakkerder te worden. Ze opende de krant zonder veel interesse. Maar een grote kop op de voorpagina trok haar aandacht en ze sperde haar ogen wijd open.

Plaatselijke advocaat al weken vermist las ze. Ze las verder: De advocaat in kwestie was al weken vermist en men dacht aan een misdrijf. Zijn naam stond erbij en ook de laatste zaak waar hij aan gewerkt had. Ze schudde haar hoofd. Dat kon niet. Dat was onmogelijk. Dat was hij! Hij was hier gisteren pas vertrokken met al zijn spullen, zijn kleren, zijn bezittingen. Het verdelen van de grotere meubels en dergelijke dat kwam allemaal wel zo had hij gezegd. Hij was boos geweest, ze hadden tegen elkaar geschreeuwd. Zij had gehuild en gesmeekt, gegild en ze hadden geruzied. Het had niet mogen baten, hij was gewoon gegaan. En zij kon niet anders dan toekijken hoe hij alles in koffers en tassen smeet en dingen brak en stuk smeet. Na al die jaren ging hij haar gewoon verlaten en zij kon er niets tegen beginnen. Ze was er kapot van geweest.
Ze schrok op van het geluid van de fluitketel en stond op. Ze vulde de theepot en deed er een theezakje in. Ze pakte een theeglas, zette de pot en het glas op de keukentafel neer en liep naar de kelder crackers te halen.
Toen ze op de keldertrap stapte en het licht aan knipte, schrok ze van een hard geluid. Hetzelfde geluid als waar ze wakker van geworden was. Even had ze de neiging terug te lopen, maar ze wilde nu toch eigenlijk wel eens weten wat dat geluid was. Ze keek om zich heen en zag in de hoek bij de kelderdeur haar oude hockeystick staan. Die nam ze mee en hield hem stevig vast. Voorzichtig liep ze de keldertrap af, de hockeystick in haar handen geklemd. Ze was bijna onderaan de trap en weer hoorde ze dat harde geluid. Ze liep de kelder in en schrok.

Daar zat hij, een knevel om zijn mond, zijn handen in boeien en zijn voeten vastgebonden. Hij bonkte met zijn voeten hard op de grond. Toen hij haar zag liep zijn gezicht rood aan en het leek of hij wat wilde zeggen maar ze verstond hem niet. En in de krant had gestaan dat..., dacht ze. Ze keek hem verward aan en haalde een hand door haar haren. Toen pakte ze een fles water van een van de schappen van de kelder, deed een vinger voor haar mond terwijl ze naar hem glimlachte en haalde de knevel van zijn mond. Ze hield de fles voor zijn mond zodat hij kon drinken. Weer glimlachte ze naar hem en kuste zijn lippen voor ze de knevel weer voor zijn mond deed. Ze liep de keldertrap weer op, kwam terug met de krant, een kopje thee en een paar boterhammen voor hem. En terwijl ze hem een boterham voerde liet ze hem de krant zien. Ze glimlachte en zei: 'Fijn dat je besloten hebt toch bij me te blijven, voor altijd.'
En voordat ze de kelder verliet deed ze hem de knevel weer voor.

© KH

4 comments:

Daan (Dan) said...

your mind works in weird ways, lady...
:-)

klaproos said...

ehhhhhh..
nee zo zou ik niemand bij me willen houden hoor:-)

meesterlijk geschreven dat dan weer wel :-)

Christiaan Hupkes said...

Wanneer komt het in boekvorm uit?

Kati said...

Daan, I know. Thanks for the compliment. :-)

Klaproos nee ik ook niet. Het grappige is dat ik zelf ook nooit weet hoe n verhaal afloopt, Al schrijvende kom ik pas ergens tegen t eind er zelf achter hoe t moet eindigen.