Tuesday, 11 October 2011

Gevangen

Langzaam opende ze de deur van de kast en keek om het hoekje. Het was stil in huis. Heel voorzichtig kroop ze eruit. Zachtjes om geen geluid te maken. Als hij haar zou horen dan.. ze wilde er niet aan denken. Ze sloop op haar tenen naar de deur en opende die. Weg moest ze, heel ver weg. Zo ver weg dat hij haar niet zou kunnen vinden. Als ze dit jaren geleden allemaal had geweten, dan was ze nooit bij hem gaan wonen. Had ze nooit in die felblauwe ogen gekeken en op slag verliefd geworden. Dan was ze... Als hadden komt is hebben te laat, zei haar oma ooit. Vanuit de gang pakte ze haar schoenen en haar jas. Onderaan de trap luisterde ze. Het was stil. Ze griste haar tas mee en sloop weg. Eigenlijk moest ze vreselijk naar de wc maar durfde niet. Stel dat ze hem wakker maakte. Nee, laat maar, ze keek onderweg wel. Onderweg. Waarheen eigenlijk? Ze had geen idee. Ze wist alleen dat ze weg moest. Weg van hem, weg van dit huis. Spullen pakken kon ze niet meer. Uren had ze zich verscholen in die kast onder de trap. Gelukkig maar dat die op slot kon aan de binnenkant en hij haar daar niet gevonden had. Ze had hem stomdronken naar boven horen stommelen nadat hij haar een tijdje gezocht en geroepen had. 

Uit gewoonte pakte ze haar huissleutels en opende de voordeur. Die kraakte zachtjes. Ze beet op haar lip en deed het bijna in haar broek van angst. Snel opende ze de deur en glipte naar buiten waar ze de deur sloot en weer op slot draaide. Ze holde naar de hoek van de straat waar ze pas haar schoenen en jas aan trok. En nu? Even aarzelde ze en keek achterom naar het donkere huis. Zag ze nu een gordijn bewegen? Ze schrok zo hevig dat ze begon te rennen en niet meer stopte tot ze van de pijn in haar zij niet meer kon. Ze was zomaar ergens heen gerend en ze wist niet eens waarheen. Ze keek om zich heen. Ze stond in een klein park. In het donker zag het silhouet van een bankje. Ze liep er moeizaam naar toe en zonk erop neer. Het begon te waaien en ze ritste haar jas dicht. Maar goed, bedacht ze, dat ze een spijkerbroek aangetrokken had en geen rok. Het zou koud worden vannacht. 

Hoe had het toch zover kunnen komen? Daar zat ze nu, zonder een cent op zak, alleen haar tas bij zich. Ze dacht terug aan de tijd toen ze dacht nog gelukkig te zijn. Toen ze hem leerde kennen. Een knappe slanke man. Hij wilde haar, en liet dat goed merken. Hij was lief voor haar, in het begin. Maar toen begon hij te drinken. Steeds meer en meer. Hij raakte zijn baan kwijt en reageerde het af op haar. Ze wilde weg maar hij bedreigde haar, sloeg haar. Sloot haar op. Sloeg haar zo hard dat ze zich niet buitenshuis durfde vertonen als ze niet opgesloten was. Ze was bang geworden, voor hem, voor de buitenwereld. Op een gegeven moment was alles, zo leek het, aanleiding voor hem om haar een mep te verkopen. Als hij thuis was, maakte zij dat ze weg kwam. Soms bracht hij vrienden mee en dan moest ze echt zorgen dat ze weg was, onzichtbaar was. Anders kon ze nog de hoer spelen ook als ze teveel op hadden. Hoe had ze het zover kunnen laten komen. De tranen stroomden over haar wangen. Pas toen hij haar een paar keer zo lang en hard geslagen had dat haar ogen allebei een week dicht zaten, was voor haar de maat vol. Zodra ze weer wat kon zien zo bedacht ze, zou ze gaan. Ze had geprobeerd om aan geld te komen, maar hij zoop alles op. 
En nu zat ze hier. En ze wist niet wat ze moest. Ze durfde niet naar de politie, bang om terug te moeten waar hij haar gevonden had. 

Langzaam sukkelde ze in slaap op dat bankje. Ze waande zich veilig. Haar ogen vielen dicht. Haar hoofd zakte opzij. Ze wist niet hoelang ze zo gezeten had maar ineens werd ze met een schok wakker. Ze sprong op toen ze voetstappen hoorde. Ze kneep haar ogen toe in een poging beter in het donker te kunnen zien. Wie was daar? Was hij het? Langzaam schuifelde ze voetje voor voetje achteruit. Weg van het bankje. Ineens verscheen hij, uit het niets, uit het donker. Ze slaakte een gil en wilde zich omdraaien om weg te rennen. Maar een grote hand had haar al bij haar keel gegrepen. Ze worstelde om los te komen maar de grote hand zat als een bankschroef rond haar keel vast. Hij was zo groot, groter als zij, en hij tilde haar zo op aan haar nek! Ze spartelde met haar voeten in de lucht en hapte naar adem. De paniek vloog haar aan. Ze zou stikken. Hij kneep haar nog dood. 
Maar ineens liet hij haar los en viel ze op de grond. Hij gaf haar een paar fikse trappen tegen haar rug. Ze kromp ineen van de pijn. 
'En waar dacht jij heen te gaan?' gromde hij. Hij trok haar aan haar haren overeind. Ze gilde het uit. Hij pakte haar hoofd in zijn handen en blafte haar toe: 'Vergeet niet dat je nergens heen kunt. Je hebt geen paspoort. Je bent hier illegaal, mevrouwtje. Je bent hier alleen maar voor mijn plezier. Als ik het wil stuur ik je zo terug naar dat Apenland van je, ben ik duidelijk?' Ze knikte. Doodsbang. 
Waar was haar tas? Hij liet haar gezicht los en snauwde: 'En nu naar huis terug of ik sla je terug.' Snel keek ze op de grond. Daar lag haar tas. Vlug dook ze naar de grond om hem op te rapen. Ze morrelde in haar tas. Waar was het nou? 
'Schiet je nou op?' foeterde hij. Ze knikte naar hem en stond op. Hij kwam op haar af. Ze draaide zich naar hem toe en het volgende ogenblik keek ze in zijn wijd open gesperde ogen. Zijn mond hapte naar adem en er liep een dun straaltje bloed uit. Ze deed een stap achteruit en keek er verbaasd naar. Wat gek, dacht ze. Zijn felblauwe ogen werden ineens heel dof en grijs. Hij deed nog een stap naar voren en viel toen voorover op de grond. Ze keek nog een keer naar hem en zei: 'Nu kan ik terug naar mijn 'Apenland' als ik mijn kleren thuis gehaald heb'. En stapte toen over zijn levenloze lichaam heen. 

© KH

7 comments:

Daan (Dan) said...

eh, are you trying to tell us something, dear...?

Kati said...

Nope, just my twisted mind, love! ;)

Christiaan said...

En hoe gaat het verder met haar? Ik wil het vervolg weten...

hanneke said...

poeh, ze schoot wel, maar niet op, oh ja op hem :P
meeslepend verhaal kati, goed geschreven.

Kati said...

Dát vind ik nou t leuke van verhalen met een open einde schrijven! :) Ik weet als ik t aan t schrijven ben niet hoe t afloopt, behalve als ik bijna aan het eind ben. (mijn vingers gaan dan als een razende over t toetsenbord heel gek). Chris wil dat t verder gaat, Hanneke denkt dat ze hem neerschoot en in mijn hoofd pakte ze een mes uit haar tas en stak ze hem neer! :) Dus iedereen maakt zijn eigen einde in zijn/haar hoofd! Leuk vind ik dat! :)

Aline said...

Mooi hoor komt er een vervolg? Want een open einde daar kan je ons wel mee kwellen, maar we willen gewoon in jouw woorden nog meer lezen... ;)

Kati said...

Ik denk t niet. Ik ben niet zo van de vervolgen... ik hou er van korte verhalen te schrijven, en dat ieder voor zich bedenkt hoe het afgelopen zou kunnen zijn. Je ziet hoe iedereen heel andere opvattingen erover heeft! Grappig is dat!