Friday, 21 October 2011

De Orthodontist

Gehaast ren ik de orthodontistenpraktijk binnen met mijn zoon in mijn kielzog. Natuurlijk was ik weer de afspraak vergeten. De laatste tijd heb ik een geheugen als een zeef. Nog net op tijd kon ik Thijmen een sms sturen dat hij NU naar huis moest komen, kon hij zijn tanden nog snel poetsen en ben ik al met al ‘maar’ vijf minuten te laat. Als ik sta uit te hijgen voor het loket en ongedurig wat lokken voor mijn gezicht uit veeg, kijkt de assistente me chagrijnig aan.  
‘We hadden om tien voor drie een afspraak’, puf ik. ‘Thijmen de Groot’. De assistente tikt wat, kijkt op haar computerscherm en zegt narrig: ‘U bent wat verlaat’. En als ik aanstalten maak om excuses te stamelen, zegt ze: ‘Maar goed dat het wat uitloopt, u kunt daar wachten’.  
Ik kijk het mens eens aan met een, hopelijk, hautaine blik, en ga in de wachtkamer zitten.
Thijmen zit heen en weer te wiebelen op zijn stoel. ‘Zit stil’, sis ik.  ‘Maar ik verveel me’, jengelt hij. Ik zucht, een ADHD-er van 12 die voor het eerst aan een beugel moet, krijg die maar eens in het gareel. Op een scherm in de wachtkamer licht de volgende naam op van de pati├źnt die naar binnen mag. Een meisje met een vervaarlijk uitziende beugel staat op en verdwijnt achter de glazen deur. Dan de volgende naam, wij mogen. Ik stoot Thijmen aan die inmiddels zijn hoofd op zijn armen heeft gelegd en totaal niet meer oplet.

We gaan naar binnen en terwijl Thijmen plaatsneemt op een van de behandelstoelen, ga ik daar tegenover zitten. Ik trek mijn rok recht en duw een pluk haar achter mijn oor dat uit mijn wrong piept. Het is warm binnen en ik trek mijn jas uit. Thijmen’s voeten bungelen over de rand van de stoel. Net als ik in gevecht ben met mijn jas, komt de orthodontist aan gelopen. Ik kijk op en ineens lijkt het net of alles in slow motion gaat. De man komt langzaam onze kant op gelopen. Een jonge Griekse God zo lijkt het. Nou jong, iets jonger dan ikzelf ben, vermoed ik. Donker haar, tegen het zwart aan, beetje grijs op de slapen al. Donkerbruine ogen, gespierd lichaam. Donkerblauw, strak T-shirt, wat om zijn gespierde armen spant, op een witte broek. Snel gooi ik mijn jas opzij en sta op. Hij komt naar ons toe en geeft eerst Thijmen een stevige handdruk en dan mij. Hij houdt even mijn hand vast en zegt zijn naam: ‘Bram de Jong’. Niet echt een Griekse God naam maar een kniesoor die daarop let. Hij lijkt mijn hand langer vast te houden, tot ik mijn naam gestameld heb: ‘Eva Custers’. Even kijkt hij me vragend aan. En laat dan mijn hand los. Waarom zei ik nou mijn meisjesnaam? Ik heb het gevoel of ik ontzettend sta te blozen of is het hier gewoon warm? Snel ga ik weer zitten en check mijn outfit. Kort rokje, bloesje, knoopje kan wel verder open. Haar zit omhoog maar dan komen mijn ogen mooier uit. Ik sla mijn benen over elkaar en leun een beetje naar voren om te kijken wat hij met Thijmen doet. Hij praat geanimeerd met Thijmen over wat hij gaat doen of wil doen. Af en toe werpt hij een blik op mij of ik ook luister. Ik knik. Dan moet Thijmen gaan liggen en controleert hij het gebit.

Ondertussen ben ik mijlenver weg. Thijmen is er niet, ik ben er alleen. Geen assistentes. Alleen Bram en ik. Ik loop naar hem toe zoals hij daar op zijn kruk zit, ook dat gaat in slow motion lijkt wel. Ik gooi mijn haar los en ga op zijn schoot zitten. Ik zoen hem, hij zoent me terug en zijn handen zijn overal, hij tilt me op zijn schoot, zijn handen glijden over mijn billen. Gaan via mijn rug naar mijn borsten en dan maakt hij de knoopjes van mijn blouse open. Ik sla mijn handen om zijn nek als hij opstaat en me op de behandelstoel legt. Hij komt over me heen hangen, zoent me en ik voel zijn handen overal. ‘Eva’, zegt hij, ‘O Eva.’ Weer zoent hij me, zijn handen glijden onder mijn rok en ...
‘Mevrouw Custers, mevrouw Custers, bent u het er mee eens?
‘O sorry, wat zei u’, Ik schrik op met een enorm rood hoofd. 
Of ik het er mee eens ben dat Thijmen volgende keer terug komt voor foto’s te laten maken en dan stelt hij daarna een behandelplan op.
‘O ja, natuurlijk prima’, zeg ik met een glimlach.
Dat wordt nog wel een paar jaar beugelen, denk ik glimlachend. Ik ga graag met Thijmen mee naar iedere afspraak. Ik geef de orthodontist een hand en kijkt me nog eens onderzoekend aan. ‘U voelt warm aan, voelt u zich wel goed?
Ja hoor, ik voel me uitstekend dank u, de sleur van een saai huwelijk is op een zeer prettige manier doorbroken.
Mijn dag, wat zeg ik, mijn week is weer goed.

© KH




 (dit verhaal stond in 2009 op mijn weblog.nl blog)

2 comments:

Daan (Dan) said...

vrouwke toch....
nie zoveul fantaseren, daar krijg'de problemen mee...

{waahahahahaaaaa!!!!!!}

Kati said...

Zou t? Nu is zoon uitgebeugelt (is dat een woord?) maar toen! Was een leuke ortho hoor! :D